Sociale Innovatie


Europa stimuleert sociale innovatie

Leerlingen van vakopleidingen en werknemers uit de sociale economie (SW-bedrijven) gaan in de periode 2011-2013 achterstallig onderhoudswerk uitvoeren aan klein religieus erfgoed. De betrokkenen versterken daarmee hun positie op de arbeidsmarkt en kruisen, kapellen en heiligenbeelden krijgen de aandacht die ze zo hard nodig hebben. Op 16 juni 2010 werd het project ‘Sociale Innovatie. Instandhouding klein Religieus Erfgoed’, behorend tot het Interreg-programma IVA van de Euregio Benelux Middengebied, officieel goedgekeurd. Het voorziet tevens in verdere kennisontwikkeling en toeristische ontsluiting van het klein religieus erfgoed.

De waardering voor klein religieus erfgoed neemt de laatste jaren sterk toe. Tegelijk wordt het steeds moeilijker om de talloze uitingen van volksdevotie in stad en land op een goede manier te onderhouden. De voornaamste oorzaak is dat hiervoor steeds minder vrijwilligers beschikbaar zijn. Europa biedt nu de helpende hand. In het interregionale project, waaraan 25 partners uit twee Nederlandse en drie Vlaamse provincies meedoen, wordt een nieuwe structuur ontwikkeld om het behoud van het klein religieus erfgoed veilig te stellen. Leerlingen van vakopleidingen en medewerkers uit de sociale economie gaan onder deskundige leiding belangrijke onderhoudsproblemen aanpakken. Beheerders van klein religieus erfgoed  (stichtingen, (buurt)verenigingen, gemeenten en particulieren) kunnen zich voor deze ondersteuning aanmelden. Bij toewijzing wordt een belangrijk deel van de onderhouds- en/of herstelkosten vergoed. Niet in geld, maar door de inzet van personeel en materialen. Geïnteresseerden kunnen zich via dit aanvraagformulier aanmelden voor ondersteuning.

Met het Europese project worden diverse doelen nagestreefd. Het belangrijkste is om, door samenwerking tussen verschillende sociale doelgroepen (vrijwilligers, leerlingen en mensen uit de sociale economie), een nieuwe beheerstructuur te ontwikkelen die leidt tot een duurzame instandhouding van klein religieus erfgoed. Hierbij snijdt het mes aan twee kanten: door de veelzijdigheid van de objecten doen de betrokkenen veel kennis op van historische materialen en ambachtelijke technieken en het erfgoed krijgt de noodzakelijke opknapbeurt.

Een ander belangrijk doel is een verdere ontsluiting van het klein religieus erfgoed voor het grote publiek. Heel concreet door opname van opgeknapte objecten in (interactieve) wandel- en fietsroutes, maar ook door publicaties en een website. Een van de gedachten hierbij is dat een bredere maatschappelijke waardering voor
kruisen en kapellen nieuwe vrijwilligers voor het onderhoud kan opleveren. Verder dient het project om de kennis over het klein religieus erfgoed vast te leggen, uit te wisselen en verder te ontwikkelen. Denk hierbij niet alleen aan geografische, historische en (onderhouds)technische informatie, maar ook aan ‘belevingsaspecten’.

Monumentenwacht Limburg is verantwoordelijk voor de coördinatie van het Europese project. Hiervoor is in totaal ruim € 2,5 miljoen beschikbaar. Daarvan neemt Europa de helft voor haar rekening. De andere helft wordt bekostigd door de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Limburg, de Vlaamse provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen, en een reeks gemeenten en (erfgoed)organisaties.

Algemene informatie over het project, de deelprojecten en de deelnemende partijen is verkrijgbaar bij Monumentenwacht Limburg. Partijen die niet tot de 25 officiële projectdeelnemers behoren, maar (alsnog) hun inbreng willen leveren aan onderdelen van dit veelomvattende Europese initiatief, blijven welkom. Meer informatie over de manier waarop het project in Limburg wordt ingevuld, is te vinden in het in juli 2010 op deze website uitgebrachte nieuwsbericht. Tot besluit volgt hier nog enige achtergrondinformatie bij het project ‘Sociale Innovatie. Instandhouding klein Religieus Erfgoed’.

Problemen rond onderhoud
Er zijn diverse verklaringen voor de minder goede onderhoudsstaat van nogal wat kruisen, kapellen, beelden, Lourdesgrotten en andere uitingen van volksdevotie. Ten eerste zijn de meeste objecten, vaak al lang geleden, op particulier initiatief opgericht. Beheer en onderhoud zijn altijd een zaak voor vrijwilligers geweest. In de hoogtijdagen van het rijke roomse leven was dit geen probleem, maar met de ontkerkelijking is de zorg terechtgekomen bij een steeds kleinere groep vrijwilligers. Daarnaast is het onderhoud vaak een arbeidsintensieve aangelegenheid. De objecten worden het hele jaar blootgesteld aan weer en wind, ze bevinden zich op verspreide en niet altijd gemakkelijk bereikbare locaties en helaas wordt er, mede door de afnemende sociale controle, nogal wat vernield. De financiële middelen van de vrijwilligers(organisaties) zijn vaak beperkt en het ontbreekt aan een reguliere subsidiestroom. Hierdoor is het in veel gevallen niet haalbaar om vaklieden of een bouwbedrijf in te schakelen voor noodzakelijk onderhoudswerk.

Hernieuwde belangstelling
Na een lange periode van afnemende aandacht kan het klein religieus erfgoed de laatste jaren op hernieuwde belangstelling rekenen. Er is een groeiend ‘nieuw’ publiek dat de kleine religieuze objecten waardeert om uiteenlopende redenen. Als bakens in het landschap, als markeringen van symbolische plaatsen, als aangename rustpunten tijdens wandel- en fietstochten, als uitingen van cultuurhistorie, als bronnen van vertellingen, en - nog altijd - als plaatsen van bezinning. In 2006 was deze ontwikkeling voor de Provincie Limburg al aanleiding om een inventarisatie van kruisen en kapellen te laten uitvoeren. Naar verwachting zouden dit er ongeveer 1500 zijn. Monumentenwacht Limburg stelde echter vast dat bijna 3000 kruisen en kapellen de Limburgse wegen en velden sieren. En dat hun aantal weer toeneemt.

Aandacht van Europa
Ook Europa heeft de toenemende belangstelling voor het klein religieus erfgoed opgepikt. In 2007/2008 werd vanuit het Interreg-programma IIIA van de Euregio Benelux Middengebied aan Monumentenwacht Limburg en IGO Leuven opdracht gegeven om (nog resterende) kruisen en kapellen in kaart te brengen en hun onderhoudstoestand te beschrijven. Het project resulteerde tevens in een Onderhoudswijzer vol praktische tips voor beheerders van klein religieus erfgoed (inlichtingen bij Monumentenwacht Limburg). Het nieuwe project, dat deel uitmaakt van het Interreg-programma IVA, is nog veel breder van opzet. Het omvat een groot aantal deelprojecten in de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Limburg en in de Vlaamse provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen. De omvang, reikwijdte en financiën zijn telkens afgestemd op de doelstellingen van de deelnemende partijen.


powered by DICO © 2006-2012 DigiBit