Het Sphinxkwartier en daarbuiten: een bewogen verleden en een bewegende toekomst

woensdag 3 maart 2021

Op zo’n typische decemberdag waarop de waterkou tot in de botten dringt, waren Pascalle Satijn, Projectleider Stedelijke Ontwikkeling bij de Gemeente Maastricht, en Noël Liegeois, inspecteur bij Monumentenwacht Limburg, toch bereid me te ontmoeten om uitleg te geven over de herontwikkeling van de ‘Lage Fronten’ en in het bijzonder over de Gashouder op het Bosscherveld.

 Nog niet zo heel lang geleden leidde de Boschstraat naar een troosteloos en doods stukje Maastricht; de ‘rommelzolder’ van de stad werd het gebied wel genoemd. De Schwung was eruit in dit ooit zo bedrijvige en dynamische gebied.

Regout en Sphinx

De Boschstraat en het omringende noordwestelijk deel van de stad wás vroeger Regout en wás De Sphinx – grote namen die een vervlogen wereld oproepen, én ambivalente gevoelens: fabriekshallen, ovens, hoge schoorstenen, loodsen, kantoren én grote aantallen ongenadig-hard werkende arbeiders. Maar beetje bij beetje brokkelde de bedrijvigheid af en verdween de energie uit het gebied. In 1992 werd de laatste schoorsteen opgeblazen en in 2006 vertrok de Koninklijke Sphinx uit het Eiffelgebouw. Met achterlating – dat wél – van prachtig industrieel erfgoed.

Plan Belvédère

Aan het eind van de vorige eeuw kwam de gemeente met het Plan Belvédère, een totaalvisie op het hele noordwestelijk deel van de stad. En natuurlijk is er sinds die tijd veel veranderd en aangepast: inzichten, omstandigheden, financiële mogelijkheden. Maar toch, kijk nu eens: de ziel is terug; er wordt in het Sphinxkwartier volop gewoond en gewerkt, gerecreëerd, gecreëerd, en ondernomen.

Vestingwerken

Het enige wat je misschien tegen zou kunnen hebben op het razendsnel getransformeerde en transformerende Sphinxkwartier is dat het allemaal bijna té stijlvol, té mooi en té opgeruimd is. Wie dat een probleem vindt kan heel dichtbij terecht voor een wat ruigere sfeer: steek de Frontensingel over en je kunt dwalen over het ruwe terrein van wat eens de ‘Nuij Werreke’ waren; deze Nieuwe Bossche, ofwel ‘Lage’, Fronten zijn de laatst gebouwde fase van de vestingwerken van Maastricht. Een enorme krachtsinspanning en miljoenen bakstenen en mergelblokken vergde de bouw van deze bastions, ravelijnen en kazematten, die in 1821 gereed kwam.

Nog geen vijftig jaar later werd doodleuk besloten dat ‘in Maastricht geene vestingwerken meer zullen zijn’ en werd opdracht gegeven voor de sloop. Deze verliep – gelukkig voor ons, nu – iets minder voortvarend dan de bouw: een derde van de werken (be)staat nog. Tussen de restanten van de vestingwerken werden in de jaren na de ontmanteling plompweg Maastrichts afval en Maastrichtse faecaliën gedumpt.

Pronkend rijksmomument

Later kwam op het vrijgekomen terrein industrie: in 1912 verrees de Cokesfabriek – de gemeentelijke gasfabriek. Dit gebouw heeft het inmiddels tot Rijksmonument geschopt en staat sinds kort, na de aankoop en restauratie door ontwerper Valentin Loellmann, in gewaagd fel-steenrood te pronken. In 1932 trad op het terrein de ‘rubbertijd’ in: de Bataafse Rubberindustrie, het Radium, Vredestein. Het Vredesteinkantoor (het ‘Kunstfront’) en het LAB-gebouw werden gebouwd. De Radiumschoorsteen rookte. En nu is het allemaal stoer industrieel erfgoed, waarin en waartussen van alles gebeurt en waar de liefhebber van stadswildernis wat kan scharrelen; hier is niet alles aangeharkt en ligt nog niet alles vast.

Mysterieuze Gashouder

Wat ook nog niet vastligt, is de toekomst van een ander bouwwerk  op ‘Het Radium’: het gemeentelijk monument de Gashouder. Een wat mysterieus, hermetisch object. De grote platte cilinder is gedekt groen geschilderd en ‘versierd’ met een aantal kleurige graffiti. Tja, graffiti hier in dit nog betrekkelijk ongetemde stukje stad: is dat nu vandalisme of kunst? Op de Gashouder misstaan ze niet, vind ik. Maar op de kazematten naast de cilinder…? Mwhh.

Gigantische koektrommel

Hoe dan ook: hier, bij dit bouwwerk, heb ik afgesproken met Pascalle en Noël. Ooit was de Gashouder er één van acht in Maastricht. Nu is hij nog als enige over en verdient het daarom geschreven te worden met een hoofdletter. Zoals hij er nu bijligt is het een gigantische koektrommel, 43 meter in doorsnede, 16 meter hoog. In uitgeschoven toestand nog veel hoger. De Gashouder heeft een wat tragische geschiedenis, zo vertellen mijn informanten, want hij heeft nog geen tien jaar dienst gedaan: van 1956 tot 1965. In dat laatste jaar ging Nederland aan het aardgas en diende het bouwwerk nergens meer toe, behalve als opslagruimte voor de Rubberfabriek, en in een latere fase incidenteel als locatie voor een evenement. Daarom zijn er twee weinig fraaie poorten uitgezaagd in de stalen panelen. Boven een daarvan bevindt zich een bijna frivool ogend element: de originele gasdrukmeter; al meer dan een halve eeuw slaat de wijzer niet meer uit, maar – gelukkig – hij hangt er nog.

Zeldzaam industrieel erfgoed

Behalve een hoofdletter verdient de Gashouder ook aandacht: hij is in zijn soort zeldzaam geworden industrieel erfgoed. Daarom heeft de gemeente Maastricht Monumentenwacht Limburg gevraagd om de Gashouder te inspecteren. Noël heeft afgelopen zomer deze klus uitgevoerd. Hij kan meteen mijn grote bewondering incasseren, omdat zo’n inspectie veel werk op hoogte vereist, en dat in een vervreemdend grote, lege ruimte. Een blik van binnenuit omhoog naar het dak, en een van buitenaf naar de balustrade die boven langs de cilinder loopt, geven me al een versnelde hartslag. Maar voor Noël is dit bijna dagelijks werk. En om u en mij gerust te stellen: hij kan zich geen enkel valincident herinneren uit al zijn jaren bij Monumentenwacht. Toch was de inspectie van de Gashouder voor Noël in een andere zin helemaal geen dagelijks werk: meestal heeft hij te maken met brikken, stenen en hout. Volledig metalen – en dan ook nog beweegbare – constructies zijn ook voor Monumentenwachters bijzonder.

Roest

Hét probleem van de Gashouder is natuurlijk roest: van de nok tot en met de vloer bestaat hij uit staal. Vooral de onderste rand is zichtbaar aangetast. Bij restauratie moet dit probleem met voorrang worden aangepakt. Overigens is de Gashouder een dominant monument. Dat is vakjargon voor een bouwwerk waarvan zowel de binnen- als de buitenkant monumentale waarde heeft, en dus beschermwaardig is. De oorspronkelijke functie en constructie moeten herkenbaar en afleesbaar blijven. Dat maakt herbestemming van het bouwwerk er niet eenvoudiger op, en uiteraard ook niet goedkoper. En dan is er ook nog de – vanwege al dat metaal – verre van ideale akoestiek, en de opgave om het gerestaureerde resultaat energiezuinig(er) te maken. Maar behalve ‘uitdagingen’ biedt de Gashouder ook unieke mogelijkheden: denk eens aan wat je in zo’n ruimte met licht en lichteffecten zou kunnen doen.

Belevenis-museum

De stand van zaken in 2020 is dat er een concept-restauratieplan is, maar dat met de restauratie (te) veel geld gemoeid is. Hoopgevend is dat een ondernemer zich heeft gemeld met het plan om van de Gashouder een Digital Arts Center te maken, een soort belevenis-museum met als ingrediënten kunst, licht en digitaal vernuft. In dit plan zijn ook de kazematten opgenomen die aan de voet van de Gashouder liggen. Ook deze kazematten, en hun monumentale merites, zijn geïnspecteerd en in kaart gebracht door Monumentenwacht. Pascalle en Noël leiden me naar een onofficieel kijkgat waardoor ik een blik kan werpen op de prachtig gemetselde gewelven van deze ruimten.

Scherp omlijnde plannen

Het zou geweldig zijn als de plannen voor een Digital Arts Center snel verder zouden kunnen worden onderzocht en in daden omgezet. Maar het zijn – nog – tijden van Corona. De toekomst is onzeker en plannen zijn rekkelijk. Maar de kaders waarbinnen de plannen voor het gebied en voor de Gashouder worden ontwikkeld zijn, mede dankzij de kennis en de actieve inbreng van Monumentenwacht, scherper omlijnd.

Beide partijen, Gemeente en Monumentenwacht, zijn blij met elkaar; dat is duidelijk.

De kracht van het verhaal

Waterkou en corona hebben geen vat op het gemoed van Pascalle en Noël: zij hebben geduld, en alle vertrouwen in de toekomst; zij geloven in de kracht van het verhaal van dit stuk Maastricht.

Monumentenwacht Limburg

Monumentenwacht Limburg zetelt sind kort in de Boschstraat, in het oude woonhuis van ‘pottekeuning’ Regout. Letterlijk op de drempel van het gebied waar de stad Maastricht volop in beweging is, waar de toekomst al onmiskenbaar aanwezig is, maar waar ook de geschiedenis geëerbiedigd en gewaardeerd wordt. Mooier kan niet, toch?

Jettie de Wal

Pascalle Satijn van de Gemeente Maastricht en Noël Liegeois van Monumentenwacht Limburg werken met overtuiging en van harte samen voor het behoud van Maastrichtse monumenten. De afstand tussen hen op deze foto is slechts corona-distancing!

De gashouder, een gigantische koektrommel:

 

    

De Cokesfabriek, de gemeentelijke gasfabriek (1912):

   

De ‘Nuij Werreke’ geven een ruige sfeer: