Geschiedenis

Na de Tweede Wereldoorlog werden veel monumentale gebouwen ingrijpend gerestaureerd. Rond 1970 stelde de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg vast dat deze objecten soms al na tien of twintig jaar opnieuw aan restauratie toe zijn. De voornaamste oorzaak is dat er in de tussenliggende tijd geen systematisch onderhoud is uitgevoerd. Daardoor zijn kleine gebreken snel groter geworden en is aanzienlijke gevolgschade ontstaan.

Dit gegeven brengt monumentenzorger Walter Kramer en restauratie-aannemer Yde Schakel op het idee een organisatie in het leven te roepen die de bouwkundige staat van monumenten regelmatig inspecteert, klein herstelwerk verricht en de eigenaar op weg helpt met systematisch onderhoud. Begin 1973 wordt hun idee werkelijkheid. Dan wordt de landelijke Stichting Monumentenwacht Nederland opgericht. Nog hetzelfde jaar stuurt aannemer Schakel twee medewerkers met een busje op pad om met name Friese kerken te inspecteren. Het fenomeen Monumentenwacht is een feit.

Snelle groei
In de jaren daarna wordt de landelijke organisatie geleidelijk uitgebreid met steeds meer regionale afdelingen (provincies). In 1980 besluit ook de Provincie Limburg tot oprichting van een monumentenwacht. In de zomer van 1981 voeren de zojuist aangestelde monumentenwachters Chrit Stox en Peter Nouwen de eerste inspecties uit. Het Limburgse objectenbestand bestaat aanvankelijk vooral uit kerkgebouwen en kastelen. Maar met het aantal objecten neemt ook de diversiteit hiervan snel toe.

Tien jaar na de start is de komst van een tweede inspectieteam meer dan wenselijk. De Provincie Limburg ziet dit in en zorgt voor een structurele verhoging van de financiële steun aan Monumentenwacht Limburg. Na nog eens tien jaar is het hoog tijd voor een derde inspectieteam. Omdat het aantal abonnees blijft toenemen en omdat de werkzaamheden van Monumentenwacht zich blijven uitbreiden, wordt er vijf jaar later - het is dan 2006 - een vierde team opgericht.

In 2010 wordt een specialist historische interieurs aangesteld. Deze inventariseert en onderzoekt op verzoek interieurs van abonnees en eventueel derden en adviseert hen over een juiste instandhouding hiervan. Met deze verbreding van de dienstverlening zet Monumentenwacht Limburg een belangrijke stap naar een meer integrale zorg voor het gebouwde erfgoed. Sinds 2015 is een aantal medewerkers zich ook aan het specialiseren in de inspectie van en de eerstelijnszorg voor archeologisch erfgoed en historisch groen. Hiermee komt Monumentenwacht Limburg nog dichter bij haar uiteindelijke doel, namelijk het eerste aanspreek- en adviespunt zijn voor alle vragen op het gebied van de instandhouding van gebouwd erfgoed in de ruimste zin van het woord.



Inmiddels heeft Monumentenwacht Limburg, naast een directeur, acht monumentenwachters in dienst en diverse medewerkers voor ondersteunende werkzaamheden. Ons kantoor was aanvankelijk gevestigd in Maastricht. In 1999 zijn we verhuisd naar Roermond, in 2005 naar Thorn en per 2017 zijn we weer terug in Roermond. Ons grootste depot bevindt zich in Thorn. Daarnaast beschikken we over een klein depot in Gronsveld.

Aanvankelijk waren de provinciale monumentenwachten onderdeel van de Stichting Monumentenwacht Nederland. Eind jaren tachtig is deze structuur gedecentraliseerd. Sindsdien zijn monumentenwachten zelfstandige non-profitorganisaties. Ze worden in meer of mindere mate gesteund door de betreffende provincie.

Professionalisering
In de loop der jaren is het werk van de monumentenwachten sterk geprofessionaliseerd. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de uitrusting, de voertuigen en vooral in de werkmethodiek. Tegenwoordig hanteren alle monumentenwachten een gestandaardiseerde systematiek voor het inspecteren van bouwwerken, voor het rapporteren van de bevindingen en voor het adviseren over gewenste maatregelen. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met wettelijke voorschriften voor met name arbeidsomstandigheden. De werkmethodiek is vanuit de praktijk ontwikkeld en wordt op onderdelen nog regelmatig aangepast en verfijnd.

Daarnaast wordt zo efficiënt mogelijk gebruikgemaakt van informatie- en communicatietechnologie. Vrijwel alle gegevens (ook tekeningen en foto's) worden digitaal opgeslagen en zijn via geautomatiseerde systemen steeds sneller en gemakkelijker toegankelijk. Zowel de organisatie als de abonnees hebben hier voordeel van.